|
|
‘Dit is ons toernooi en onze site, dus ik ga even ongegeneerd reclame maken voor
mezelf. Als ik U was zou ik zondagmiddag naar het Indoor-Sportcentrum Eindhoven
komen, Theo Koomenlaan, vlakbij afslag Waalre/Valkenswaard Het wordt petweer in
het hele land, bij de AFAS Tennis Classics zit je heerlijk binnen, kijk je naar
tenniskampioenen van vroeger die nog steeds een beregoeie bal slaan en staat een
hele leuke landgenoot in de finale: ik dus.
Wat kan ik nog meer doen om jullie tennisliefhebbers (anders zit je niet op deze
site tenslotte) te verleiden?
Reken maar dat ik er voor ga! Twee jaar geleden stond ik ook in de finale, maar
verloor ik van Sergi Bruguera. Geen schande, want Sergi won dat seizoen meer toernooien,
maar dit keer WIL IK WINNEN. Ik wil die glassculptuur. Oké genoeg reclame.
Jacco en ik zijn opnieuw apetrots op onze Classics. Richard, Mark, Thomas en Cedric
staan al drie dagen geweldig te tennissen. En ook Thomas Muster, Henri Leconte en
Goran Ivanisevic doen precies waarvoor we ze hebben uitgenodigd: puik tennis combineren
met entertainment.
Het mooiste compliment voor ons bestaat niet uit woorden, maar uit het bulderende
gelach dat zaterdagmiddag van de tribunes rolde bij de demonstratiedubbel van Leconte/Muster
en Bahrami/Schalken. Voor Sjeng was het zijn eerste optreden in onze show en hij
deed dat met verve, met balletjes tussen zijn benen door en achter zijn rug om.
Alsof hij al jaren bij de grootste Nederlandse tennisshow hoort. En zo makkelijk
is het niet om strak te blijven spelen als je medespelers alles doen om het publiek
aan het lachen te krijgen.
Ik speelde zaterdagavond ook weer mee in de ‘fundubbel’ met Jacco, Sjeng en Mansour
en ik speel er zondagmiddag ook nog één. De balans vinden tussen lol maken en toch
niet de eerste willen zijn die een fout maakt, is lastig. Je voelt je toch altijd
een beetje knullig als je trucje mislukt, bij wat eigenlijk een simpel balletje
zou zijn als je gewoon speelt.
Maar nog even over zondagmiddag: ik wil winnen, maar weet donders goed dat het lastig
wordt. Thomas Enqvist, mijn tegenstander, is niet alleen acht jaar jonger, hij heeft
sinds hij is gaan meedoen aan onze Tour elf wedstrijden op rij gewonnen en hij zag
er zaterdagmiddag akelig fit en scherp uit tegen Mark Philippoussis. Richard zal
nu nog wel een beetje meer balen van dat ene onbenutte matchpoint dat hij donderdag
tegen Enqvist liet liggen. Ik had een finale tegen Richard trouwens ook wel leuk
gevonden. Ik vond het wel tijd voor een revanche na de nederlagen tegen Richard
in 1991 om de nationale titel en in de finale van Ahoy’ in 1995. Maar helaas: ik
sta in de finale en Richard niet. Volgend jaar, volgende kans!
Daan, ik weet niet of je ballenjongen mag zijn bij mijn finale, maar ik zal er alles
aan doen om te winnen. Richard liet zijn zoon Alec vorig jaar ook zien hoe dat nou
is als je vader in zo’n echt stadion zo’n echte trofee omhoog houdt, zo’n familie-fotomoment
wil ik ook wel.
Oh ja, zondagmiddag dus: Theo Koomenlaan, vanaf 13.00 uur.
Ik wil gewoon veel fans.
Paul Haarhuis
|
|
|
|